Dagboek 2015

januari

Ik ben nu al 3 maanden bezig met het vormen van het landschap waar de steengroeve is ingepland. Het is behoorlijk frustrerend dat het zo traag vooruitgaat. De reden is niet dat ik er onvoldoende tijd aan kan besteden maar vooral omdat het een priegelwerkje is om een deel van het landschap uitneembaar te maken zodat de onderliggende sporen altijd bereikbaar zijn.

De bereikbaarheid van de “onzichtbare” sporen is op veel plaatsen van de modelbaan een pijnpunt. Het hele schaduwstation is op verschillende plaatsen niet of amper bereikbaar en er zijn nog verschillende andere plaatsen op de modelbaan waar uitneembare stukken zijn gemaakt of gepland.

Maar de slechte bereikbaarheid is niet het enige wat mij stoort aan de baan die ik nu bouw. Ik vind het concept wel OK, maar het zijn eerder een aantal randvoorwaarden die storen en steeds opnieuw voor een frustratie zorgen. Zo zijn de doorgangen naast de baan uiterst smal. De doorgang naar het nieuwe gedeelte van de hobbykamer is net geen 50 cm breed. Dat maakt dat het quasi onmogelijk is om met grote stukken naar dat gedeelte van de kamer te gaan. Er is ook geen plaats om een deftig synoptisch bord voor de bediening van de baan te plaatsen.

De plannen voor de uitbreiding van de modelbaan in het nieuwe gedeelte krijgen ook geen vorm. Met veel moeite heb ik een schaduwstation ontworpen waar slechts 2 van de 6 sporen de vooropgestelde lengte hebben van 3 meter. Ik rijd graag met treinsamenstellingen zoals ze ook in werkelijkheid voorkwamen en dan zijn treinen bestaande uit 9 rijtuigen geen uitzondering. Een sleep bestaande uit een locomotief en 9 rijtuigen op schaal is ongeveer 3 meter lang… En goederentreinen zijn eigenlijk nog veel langer… En dan ben ik er nog niet uit hoe het zichtbare gedeelte er zal uitzien. Op het verlanglijstje staan de uitbeelding van een station en een locomotiefdepot, maar ook hier is de oppervlakte redelijk beperkt: een trapezium met een hoogte van 3,5 meter, 3,5 meter basis en 2 meter top.

Al deze bedenkingen hebben er toe geleid dat ik overweeg om volgende drastische beslissing te nemen: afbreken en opnieuw beginnen!

Vooraleer ik de beslissing neem wil ik eerst een aantal zaken op een rijtje zetten én een deftig plan hebben. Had ik dan geen plannen voor de baan die ik nu bouw ? Jawel… maar de uitbreiding van de hobbykamer heeft deze plannen gewijzigd en dat is eigenlijk nooit echt 100% uitgewerkt.

Maar eventjes naar de voor- en nadelen wanneer ik opnieuw zou beginnen. De voordelen zijn evident: ik heb de gelegenheid om de nadelen van de huidige baan weg te werken:
- Toegankelijkheid van de schaduwstations: nu is er te weinig ruimte (hoogte) waardoor ontspoorde treinen amper opnieuw op de rails kunnen worden geplaatst. Wanneer er ooit iets mis gaat met de wissels en/of wisselaandrijvingen dan zal zeker een deel moeten worden afgebroken om de nodige herstellingen uit te kunnen voeren.
- De baan is op verschillende andere plaatsen niet of zeer moeilijk toegankelijk
- De vrije ruimte (doorgangen) rond de baan zijn te klein (smal)
- De lengte van de opstelsporen van het geplande schaduwstation zijn te klein.
- De beschikbare oppervlakte van de hobbykamer is onvoldoende benut.

Wat zijn dan de nadelen:
- Heel wat verlies aan materiaal. Een deel van het scenerymateriaal (strooimaterialen, kurkbedding,…) kan niet worden gerecupereerd. Bijna al het hout gebruikt voor de bouw van de baan zal verloren zijn.
- Hoogst waarschijnlijk zullen wissels en sporen grotendeels kunnen worden gerecupereerd.
- Bedrading zal slechts gedeeltelijk kunnen worden herbruikt.

Het nieuwe ontwerp zal beter rekening moeten houden met de ruimtelijke mogelijkheden die de hobbykamer bied. Tegelijk moet de baan op alle plaatsen even goed bereikbaar zijn. Dat betekent dat ze nergens breder (dieper) dan 80 cm mag zijn. De hoogte tussen de verschillende niveau’s moet minstens 20 cm bedragen. De gangen rond de baan moeten minstens 60 cm breed zijn, liefst breder.

Waar het ontwerp van de huidige baan gedeeltelijk was gebaseerd op de voor handen zijnde kasten die als onderbouw zouden dienen wil ik bij dit ontwerp daar absoluut geen rekening mee houden. Het sporenplan en de bereikbaarheid van de sporen hebben absolute prioriteit. Wanneer ik onder de modelbaan kasten kan plaatsen (en de bestaande kasten kan hergebruiken) is dat een pluspunt. En verdere overweging is om de nieuwe baan te bouwen in modules.

Het hoofdthema blijft ongewijzigd en vrij klassiek: een doorgangsstation met depot en een mooi stuk paradespoor. In het station moeten de perrons een lengte hebben van 4 meter. De modelbaan blijft gesitueerd in Duitsland in het tijdperk 4. Typisch voor Duitse stations was dat parallel aan de perronsporen ook een aantal opstelsporen voor goederentreinen lagen en dat vanaf deze sporen een goederenloods en laadkade werden bediend. Het nadeel van dit soort stations is dat zij redelijk breed zijn.

Het depot moet aan volgende criteria voldoen : geschikt voor stoom, diesel en e-loks. Het depot moet dienen als live-vitrinekast. Ik heb zoveel locomotieven dat ik ze onmogelijk allemaal in vitrinekasten kan zetten. Wanneer elk van deze tractievormen een plaats moet krijgen dan neemt zo’n depot ook al vlug heel wat plaats in beslag.

Het paradespoor moet een plaats krijgen over de gehele lengte van de modelbaan.

Mijn grootste bekommernis nu is dat een nieuw sporenplan nogal snel zal resulteren is een oer-klassiek en saai ontwerp. Een hele uitdaging dus om daar een creatief antwoord op te vinden.

Uiteraard bouw ik nu niet meer verder aan de huidige baan. Maar dat wil niet zeggen dat de modelbouwactiviteiten zullen stilvallen ? Er is nog een hele waslijst van kleinere projecten die ook al een hele tijd lopende zijn: tijd om hier aan verder te werken.

top

februari

Het idee om de bestaande modelbaan af te breken en helemaal opnieuw te beginnen begint steeds meer vorm aan te nemen.

De afmetingen van de nieuwe baan liggen min of meer vast. Die zijn bepaald op basis van een maximale bereikbaarheid van alle plaatsen van de modelbaan. Een diepte van 80 cm is een absoluut maximum, maar nodig om toch nog elegante bochten te kunnen leggen. De baan wordt opgebouwd in U vorm. Eén been van de U komt tegen de muur en is 80 cm breed. Tussen de benen blijft een ruimte van 80 cm en het tweede been van de U is 160 cm breed. Dan blijft er een open ruimte van opnieuw 80 cm. De lengte van de benen is 660 cm. Dan blijft er langs beide kanten nog 60 cm ruimte over. De onderzijde van de U is 110 cm breed. De baan bestaat eigenlijk uit blokken van 110 x 80 cm. Of ik de baan ook in modules met die afmetingen zal maken staat nog niet vast.

Een goed sporenplan tekenen is niet zo eenvoudig. Alles begint met een lijst van wat er op de modelbaan moet komen. Die lijst al heel vlug te lang. En dan moeten er keuzes worden gemaakt.

Een aantal zaken liggen vast:
- het land (spoorwegmaatschappij) en het tijdperk. Voor mij is dat Duitsland en het tijdperk 4.
- verder wil ik met lange treinen kunnen rijden. Een reizigerstrein met 8 of 9 rijtuigen en een locomotief moet mogelijk zijn. Dat betekent dat in een station perrons moeten zijn met een lengte van minstens 3 meter (9 rijtuigen van 30 cm + 1 loc). Maar ook in de schaduwstations moeten de opstelsporen die lengte hebben. Aangezien ik analoog rijdt moet ik bij die lengte nog de lengte van een stopsectie bijtellen en die moet minstens 40 cm lang zijn.

Vertrekkend vanuit het basisgegeven “station” groeit het lijstje met wensen snel aan:
- het aantal perronsporen: 4 of 5,
- het aantal opstelsporen: 3 of 4. Typisch aan Duitse stations is dat er een aantal opstelsporen die meestal voor goederentreinen worden gebruikt parallel aan de perronsporen liggen. Dat heeft zijn impact of de breedte van het station, maar ook op de lengte van de wisselstraten,
- goederenaansluiting met sporen naar een goederenloods en open laadkoer,
- aansluiting aan een locomotiefdepot of minstens opstelsporen waar locomotieven en/of wagons op kunnen “parkeren”.

Voor de “vrije” baan is het eisenpakket minder groot, maar: voorzie ik aansluitingen met industrieën die langs de baan zijn gelegen ? Beperkt ik mij tot een dubbelsporige hoofdlijn, of moet er nog ergens een zijlijn zijn …

Het basissporenplan is klassiek: een zogenaamd "hondenbeen" waar beide uiteinden met elkaar zijn verbonden zodat in beide richtingen in een "ovaal" kan worden gereden.

In principe kunnen alle wensen uit bovenstaande opsomming gerealiseerd worden. Ik heb plaats genoeg. Maar of het dan nog wel realistisch zal overkomen is zeer de vraag.

De modelbanen die worden voorgesteld in tijdschriften of die ik zie op tentoonstellingen die mij het meeste aanspreken zijn banen die qua concept eenvoudig zijn. Om inspiratie op te doen ben ik mijn verzameling tijdschriften aan het doorbladeren. Wat me opvalt is dat er heel wat Duitse modelbanen een enkelsporig traject uitbeelden. Enkelsporige trajecten hebben sowieso het voordeel dat ze door hun eenvoud net iets realistischer kunnen worden uitgebeeld dan dubbelsporige lijnen. Maar kan ik op zo’n enkelsporige baan mijn lange treinen laten rijden? Opzoekwerk leert dat in Duitsland veel hoofdlijnen, dikwijls met internationaal verkeer, enkelsporig zijn uitgevoerd. Technisch wordt het dan weer wat moeilijker: enkelsporige lijnen worden in beide richtingen bereden en dat betekent dat er qua beveiliging op een analoge baan toch een en ander zal moeten gebeuren.

Enfin, langzaam maar zeker zal ik wel een oplossing vinden.

Deze maand werd Rail georganiseerd en ik heb samen met een modelbouwcollega na 4 jaar nog eens een bezoek gebracht. De foto's die ik van de modelbanen heb genomen kan je bekijken op deze link: klik.

De verzameling modellen is deze maand niet aangegroeid, maar ik heb een mail ontvangen van mijn winkelier dat ik het PIKO model van de HLR82 kan komen afhalen en er is een bestelling uit Duitsland onderweg...

De pagina met het overzicht van mijn verzameling Belgische modellen werd bijgewerkt.

top

maart

De kogel is door de kerk: ik ben gestart met het afbreken van mijn modelbaan. De reden heb ik reeds uitgelegd in de dagboeken van januari en februari. Een definitief plan voor een nieuwe baan heb ik nog niet maar de grote lijnen liggen wel vast. Het wordt alleszins een eenvoudig sporenplan. Saai hoor ik sommigen al zeggen, maar dat hangt af van wat je doelstellingen zijn: voor mij is dat mooie lange treinen zien rijden door een zo realistisch mogelijk landschap. In zo’n concept past geen modelbaan met een overvloed aan wissels en sporen.

Wat de vorm betreft was ik uitgegaan van een U. Op een van de clubavonden stelde Gerolf me voor om een andere vorm in overweging te nemen. Daar ben ik nu mee aan de slag.

De pijnpunten van de huidige modelbaan geef ik hier nog eens weer met een aantal foto’s.

De doorgang naar het nieuwe deel van de hobbykamer is veel te smal

 
De vrije hoogte in de schaduwstations is veel te klein.
Aan een kant is het 10 cm. Aan de andere kant amper 8 cm.


de afstand van de rand tot de wissels en sporen is soms veel te groot.


De afbraak is volop bezig. “Dat zal wel pijn doen aan het hart” is een reactie die ik al regelmatig heb gekregen: eigenlijk niet… het vooruitzicht naar een modelbaan die meer aan mijn eisen zal voldoen compenseert het pijngevoel ruimschoots.

Ondertussen worden plannen getekend voor de nieuwe baan. De tekening hieronder bevat vooral een basisconcept en is zeker en vast nog niet definitief. Het is eerder een vingeroefening om te kijken of mijn wensen kunnen worden gerealiseerd. Hoe dan ook moet het zichtbare deel eenvoudig blijven.

De verzameling modellen is deze maand flink uitgebreid. Naast het model van de Belgische rangeerloc 8217 van Piko zijn er ook de langverwachte 5525 van B-Models, enkele Duitse locomotieven en enkele wagons gearriveerd. De respectievelijke pagina’s met het overzicht van de Belgische en Duitse modellen werden aangevuld.

PIKO HLR82
B-Models HLD55
ROCO E151
ROCO E117
TILLIG Russische slaapwagen WLABm
ROCO
HERIS / LS-Models Dieplader voor glastransport
HERIS / LS-Models Dieplader voor glastransport

Deze maand vond de jaarlijkse tentoonstelling Ontraxs plaats. De modelbanen die op deze tentoonstelling worden getoond zijn altijd van een zeer hoog niveau en dat was dit jaar niet anders. Een fotoreportage vindt u terug op de pagina : Ontraxs.

Een aantal modelbouwclubs hielden deze maand open deur. Voor de eerste keer in jaren ben ik er in geslaagd om een bezoekje te brengen aan deze clubs: AMSAC, OVMV en Aalst Modelbouwclub.

top

april

De baan is afgebroken! Merkwaardig dat iets waar ik 11 jaar aan heb gebouwd in minder dan 11 dagen kan worden afgebroken. Ik heb alle scenery (gebouwen, seinen, ....), sporen en wissels kunnen recupereren. Het materiaal dat werd gebruikt voor het modelleren van het landschap (vliegengaas, knauf en strooimaterialen) is uiteraard verloren. Van het hout dat diende als onderbouw zal ik een deel opnieuw kunnen gebruiken.

De zoektocht naar een geschikt baanontwerp gaat verder. Het oorspronkelijke idee om een lange U als basis te nemen heeft geen bruikbaar ontwerp opgeleverd. Iemand van de modelbouwclub had me gesuggereerd om een andere basisvorm te nemen. Oorspronkelijk was ik daar geen echte voorstander van omdat met die basisvorm ik mijn station maar op 1 plaats kon leggen, namelijk op het smalste deel van de modelbaan.

Wanneer ik het station op het korte deel zou leggen dan moet het in een bocht van bijna 180° worden gewrongen. Niet mooi en ook niet erg realistisch.

Dan ben ik toch maar aan de slag gegaan met het station, dat het hoofdthema moet worden, op de lange smalle zijde te leggen en daar is onderstaand ontwerp uitgekomen. Het sporenplan is gebaseerd op het plan van de eerste modelbaan van mijn vader thuis. Ik heb het een klein beetje uitgebreid en het houdt voldoende rangeer/speel mogelijkheden in. De rechtse wisselstraat is nog niet helemaal wat ik wil. Die wordt nog hertekend. Dat zal ten koste gaan van de lengte van de perronsporen, maar dat is geen probleem. Het kortste spoor is nu 435 cm lang. Iets inkorten kan dus wel.

De kleuren hebben de volgende betekenis:

De ruimte waar nu de beide spiralen om naar de schaduwstations te gaan zijn getekend moet ook nog verder worden uitgewerkt. Dit sporenplan is getekend met railmateriaal van PECO - code 100, omdat ik er heel wat van heb liggen. Ik heb het plan ook getekend met Tillig materiaal code 83. Door de verschillen in radii en wisselhoeken zijn de wisselstraten met Tilligmateriaal iets compacter.

Op 17 april ben ik naar Intermodellbau 2015 in Dortmund geweest. Het viel eerlijk gezegd een beetje tegen. Voor de nieuwigheden die de verschillende fabrikanten uitbrengen moet je niet gaan. De laatste jaren kan je voor, tijdens en na de beurs in Nürnberg zoveel informatie op het internet vinden dat er geen verassingen meer te ontdekken zijn. De modelbanen die worden tentoongesteld heb ik meestal op andere beurzen al eens mogen bewonderen en een deel van de modelbanen is - en dat is ook al jaren zo - niet van zo'n superieure kwaliteit dat ik het niet de moeite vind om er foto's van te nemen. De foto's die ik wel heb getrokken kan je bekijken op deze link.

Eind april organiseerde MSC De Kempen een workshop bomen bouwen met als gastspreker Jos Geurts. Jos is op verschillende fora gekend onder de nickname 'grove den' en is een autoriteit op het vlak van bomenbouw. Alle bomen op de modelbaan van Bad Driburg zijn van zijn hand. Het was een zeer leerzame en verhelderende workshop. Wanneer je weet hoe het moet lijkt het niet zo heel moeilijk. Maar dat zal de praktijk moeten uitwijzen. Nu eerst op zoek naar de juiste gereedschappen en benodigdheden en dan kunnen we aan de slag.

De verzameling modellen is deze maand niet uitgebreid.

top

mei

We zijn opnieuw vertrokken!

De basisvorm van de nieuwe baan ligt nu toch wel vast. Het plan dat ik in het dagboek van april heb getoond blijft behouden. Om de volledige lengte te kunnen benutten moest ik de rekken waarop mijn verzameling loks en wagons worden bewaard met ongeveer 1 meter verkleinen. Toevallig stond er een aanbieding in een reclamefolder van een doe-het-zelf zaak voor stevige rekken. Met 3 daarvan zou de totale lengte dan net uitkomen voor de beschikbare plaats. De oude (zelfgemaakte)rekken hadden trouwens het nadeel dat de legplanken te dun waren en doorbogen onder het gewicht van de opgestapelde dozen. Eerst moest alles van de rekken worden afgeladen en tijdelijk elders worden gestockeerd. Vervolgens konden de oude rekken worden afgebroken. Dan bleek dat de muur achter de rekken nog nooit een laagje verf had gekregen. Dit was dus het ideale moment op daar iets aan te doen. Op 2 dagen was die klus geklaard en konden de nieuwe rekken op hun plaats worden gezet. En tot slot konden ook alle dozen met rollend materiaal opnieuw een plaats krijgen. Het was wel een beetje puzzelen om alles in de rekken (die per slot van rekening bijna 1 meter minder lang zijn) te krijgen.

Aan de onderbouw van de baan is ook al een stukje gewerkt. Het "smalle" deel dat langs de muur loopt is al gerealiseerd. Dat heeft  het onmiddellijke voordeel dat er heel wat bergruimte ter beschikking is gekomen, die ook heel snel werd opgevuld. Maar wel het voordeel bracht dat de rest van de hobbykamer bijna helemaal vrij is.

Tijdens het laatste weekend van deze maand ben ik gestart met de leggen van de sporen van het schaduwstation op niveau 0. Ik gebruik hiervoor wissels en sporen die ik heb gerecupereerd van de modelbaan van mijn vader. Zij zijn van het merk Fleischmann. Een mogelijk nadeel is dat deze rails zijn vervaardigd uit messing en dat oxideert nogal snel. Regelmatig de sporen reinigen zal zeker nodig zijn.

Daarnaast ben ik van de nieuwe modelbaan ook een maquette aan het maken op schaal 1/10. Ik doe dat om de klimspiralen, de keerlussen en de verbindingen ertussen visueel voor te kunnen stellen. Ik heb een probleem om iets 3-dimensionaal voor te stellen. SCARM, het gratis programma waarin ik het plan van de modelbaan teken kan wel een 3D voorstelling geven van het ontwerp maar dat is voor mij niet voldoende om er zeker van te zijn dat de uiteindelijke afmetingen en verhoudingen ook zullen kloppen.

De verzameling modellen is deze maand niet uitgebreid.Ik heb wel getwijfeld om de door Rail-track Jocadis aangekondigde sets van de Oostende - Keulen express te bestellen. In deze sets interesseerde mij vooral de bagage- en restaurantrijtuigen. Maar aangezien ik er dan nog  2x 6 I6/I10 rijtuigen moet bijnemen heb ik uiteindelijk besloten te wachten tot dat de bagage- en restaurantrijtuigen afzonderlijk (of in een kleinere set) beschikbaar zullen zijn. I6 en I10 rijtuigen in de oranje C1-kleuren heb ik meer dan voldoende !

top

juni

Mede dank zij een paar extra vakantiedagen die ik in juni heb genomen ben ik flink opgeschoten met de bouw van de modelbaan. Alle sporen en wissels van het chaduwstation op niveau 0 zijn gelegd. Bij het leggen van de sporen van het schaduwstation bleek dat van de oorspronkelijk geplande doorgaande sporen er slechts 12 ipv. 13 konden worden gelegd, maar anderzijds er nog wel plaats was voor 4 doodlopende sporen. Dit is nu het defintieve plan:

De bouw van de klimspiraal naar niveau 2 (het zichtbare deel van de modelbaan) is ook al flink opgeschoten. Hiervoor zijn een heleboel cirkelsegmenten gezaagd. De straal van de het buitenste spoor bedraag 66 cm, die van het binnenspoor 60 cm. Dat geeft een stijgingspercentage van 1,93% voor het stijdende spoor en 2,12% voor het dalende spoor.

Een klimspiraal kan je op verschillende manieren opbouwen. Ik heb gekozen voor boogsegmenten i.p.v. trapeziumdelen. De afstand tussen de "lagen" van de spiraal wordt geregeld met draadstangen. De boogsegmenten worden met elkaar verbonden met kleine latjes. De hoogte tussen de lagen bedraagt 8 cm. Dat stemt overeen met de MOROP norm waar de het vrije ruimteprofiel voor locomotieven met bovenleiding 65 mm moet bedragen. (65 mm vrije ruimte + 2,5 mm hoogte van de raistaaf + 2 mm hoogte van de biels + 4 mm dikte van de kurk + 12 plaatdikte = 85,5 mm)

Wanneer ik met enkele locomotieven met opstaande pantografen test of zij zonder problemen zouden kunnen doorrijden blijkt dat, vooral bij oudere modellen, niet te lukken. Een grotere doorrijhoogte betekent een steilere helling, en dat wil ik niet, dus blijft er niets anders over dan bovenleiding te plaatsen.

Nu moet alles nog elektrisch worden aangesloten. Voor de rijspanning heb ik een ringleiding gelegd van 2x 1,5mm2 draad waarop de verbinding naar de sporen wordt aangesloten. Voor de aansturing van de wissels ben ik nog op zoek naar een oplossing. Ik zou graag de wisselstraten aansturen met een enkele druk op een knop waarbij alle wissels naar een bepaald spoor in één keer worden geschakeld. Zoiets kan worden gerealiseerd met een diodematrix. Echter... in het schaduwstation liggen 16 sporen, waavan één in 2 richtingen kan worden bereden. Dat betekent 34 mogelijke in- en uitrijwegen. In de wisselstraten zitten 30 wissels. De diodematrix zou zo'n 100 diodes bevatten. Voor de langste rijweg moeten 9 wissels worden geschakeld. Dat vraagt nogal wat vermogen en de voeding én de diodes moeten daar dan ook voor geschikt zijn. Een oplossing waarbij de wissels sequentieel worden geschakeld zou dan ook beter zijn. Ik bekijk nu wat de mogelijkheden zijn wanneer ik de wisselstraten met een Arduino zou aansturen.

De verzameling rollend materiaal werd aangevuld met de rangeerloc 7328 van Piko.

De website wordt ook herwerkt. Nu ik begonnen ben met de bouw van een deze modelbaan is het verhaal achter de verschillende banen niet helemaal duidelijk terug te vinden. Een andere indeling van de website moet een beter overzicht geven.

top

juli

De klimspiraal van niveau 0 (schaduwstation) naar niveau 2 (het zichtbare gedeelte) is gemaakt. Ik zal eens moeten beslissen hoe ik mijn niveau's ga noemen. Het zichtbare deel niveau 0 en de daaronder liggende schaduwstations op niveau -1 en -2 of het zichtbare deel niveau 2 en de daaronder liggende schaduwstations op niveau 1 en 0. What's in a name. Zolang het maar duidelijk blijft.

Tijdens het tekenen van de plannen heb ik lang gezocht om de uiteinden van de beide "knoken" met elkaar te verbinden zodat er 2 gescheiden circuits zouden zijn. Omdat de "knoken" elk op een andere uieinde van de modelbaan liggen blijkt dit geen haalbare kaart. Op dit te gemakkelijk te kunnen realiseren moeten de beide "knoken" tegen of onder elkaar liggen en dat is niet het geval.

De afstand tussen de lagen van de klimspiraal bedraagt 80 mm. Dat is conform de NEM norm voor locomotieven met bovenleiding: 4 mm kurk + 2 mm dikte van de bielsen + 2,5 mm profielhoogte van de rails + 65 mm vrije hoogte = 73,5 mm. Samen met de dikte van het materiaal (12 mm) wordt een hoogte overbrugd van 92 mm. De radius van het buitenste spoor bedraagd 660 mm en dat is het stijgende spoor. De radius van het binnenste spoor bedraagt 600 mm en dat is het dalende spoor. Dat geeft een hellingsprecentage van 2,22% voor de buitenste cirkel en 2,44% voor de binnenste cirkel.

Praktijktesten met elektrische locomotieven met gestrekte pantografen wezen echter uit dat in een aantal gevallen de panto's toch nog hoger kwamen en ruim de NEM norm overschrijden. Dat probleem kon ik op 2 manieren oplossen: door de afstand tussen de lagen te vergroten, maar dat heeft dan weer zijn invloed op het stijgingsprecentage en dat is niet wenselijk. De andere oplossing bestaat uit het plaatsen van bovenleiding. Gelukkig heb ik van mijn vorige modelbaan de tunnelbovenleiding kunnen recupereren en daar heb ik ruim voldoende materiaal van om de volledige klimspiraal van bovenleiding te voorzien.

Bij het leggen van het schaduwstation op niveau -2 bleek dat niet alle Fleischmann wissels goed functioneerden. Op zich niet zo verwonderlijk: sommige exemplaren zijn meer dan 40 jaar oud. Maar dat betekent dat ik voor het schaduwstation op niveau -1 wissels tekort kom. Daarom heb ik het sporenplan hertekent met wissels van het merk PECO. In dit schaduwstation zijn ook een aantal doodlopende sporen voorzien. Deze zullen dienen voor pendeltreinen van/naar spoor 1 van het station. De toegang tot die sporen takt af in het midden van het uiterste opstelspoor, dat daardoor niet gebruikt kan worden voor het opstellen van lange treinen. Dat is niet zo erg. Er blijven nog altijd 11 sporen met een lengte tussen 3,60 en 4,50 meter.

Ik ben ook al begonnen met de constructie van de houten onderbouw voor dit schaduwstation, dat zo'n 25 cm hoger komt te liggen.

De verzameling modellen is deze maand niet aangegroeid.

top

augustus

M.T.D. Treinenclub bestaat 40 jaar en dat willen we op de volgende tentoonstelling in de verf zetten.

Uiteraard worden de clubbanen getoond die allemaal grote of kleine wijzigingen hebben ondergaan.
- Vaerwegh dok, digitaal gestuurde H0 baan met haven en industrie als thema
- Bisschoppenhof, analoog gestuurde H0 baan
- Baerechum, Modelbaan in schaal Z
- 0-baan

Een aantal clubleden zijn present met een eigen baantje en zijn er een aantal gastbanen
- Balmount River Railway, Johan van Baelberghe, Amerikaanse smalspoorbaan in 0n30
- Val-Rikard, Rik Martens, HO baantje met een draaischijf, winnaar van de minibaantjeswedstrijd van MSM 2013
- Turnhout-Neeb, Jean Devel, N-baantje, winnaar van de minibaantjeswedstrijd van MSM 2015
- Re-mise en scene 1 en 2, Erik De Boeck, Een evocatie van het depot Antwerpen-dam, vollledig gebouwd uit gerecycleerd materiaal
- The High Line, Evan Daes, een stukje New York in H0
- Hove, Paul Celis, een natuurgetrouwe weergave van het station Hove en zijn onmiddellijke omgeving in H0

Verder zijn er de deelnemers aan de "Fragment wedstrijd" : een micro-diorama op een schijfje van 10 cm met een spoorgebonden thema.

Voor de jongeren is er een kleurwedstrijd.

Meer info op de website van de club :www.mtdtreinenclub.be




De tentoonstelling van de modelbouwclub nadert met rasse schreden. Het minibaantje "Das Depot" zal op deze tentoonstelling ook aanwezig zijn. Het is dan ook de hoogste tijd om het baantje klaar te stomen voor deze gelegenheid. Na de vorige tentoonstelling was bij het terugplaatsen van het baantje in de hobbykamer een ongelukje gebeurd waardoor er redelijk wat schade was aan de gebouwen en de bomen en struiken. En dat niet alleen : er staan al geruime tijd een aantal zaken op het todo lijstje voor de verdere afwerking van het baantje zoals:
      - verder afwerken/detailleren van de gebouwen (regenafvoerpijpen, binneninrichting, ...)
      - functionele rolpoorten
      - functionele wisselomzetters
      - een muurtje als afscheiding

Aan het muurtje was ik al een tijdje geleden begonnen (zie dagboek augustus 2014). Het muurtje is opgebouwd uit balsahout. Het muurtje is gewoon grijs geschilderd om een imitatie van betonplaten te verkrijgen. De poort is gemaakt uit plasicard. Omdat het muurtje op de rand staat van het minibaantje en de poort geen enkele functie heeft buiten het visueel afsluiten van het baantje is de poort niet functioneel gemaakt. De poort is een mat lichgroen geschilderd en voorzien van enkele roestsporen.

De functionele wisselomzetters met lantaarn bouwen was een ander paar mouwen. De lantaarns en omzetters heb ik van Weinert in de vorm van een bouwpakketje (art nrs. 7241 en 7227). Auhagen heeft ook wisselomzetters/lantaarns maar die zijn niet functioneel (art.nr. 41618). In de pakketjes van Weinert zitten onderdelen voor het bouwen van 10 omzetters/lantaarns. De bijgevoegde bouwbeschrijving is meer dan summier en daarom was het niet evident om de verschillende onderdelen te identificeren en nog veel minder hoe ze juist moesten worden samengevoegd. De onderdelen bestaan uit messing gietstukjes die met een dremel van de gietboom moeten worden gescheiden. Daar is het al misgelopen: sommige onderdelen heb ik te kort afgeslepen waardoor het samenbouwen er niet eenvoudiger op werd. Verder wordt er nergens op gewezen dat er een verschil is bij het bouwen van lantaarns voor links of rechts afbuigende wissels. Zelf heb ik het natuurlijk ook niet zo verstandig aangepakt: in de plaats om eerst één lantaarn te bouwen en te kijken hoe dat in zijn werk ging heb ik de 10 lantaarns "in serie" gebouwd. Omdat in een aantal gevallen een gemaakt fout pas 2 of 3 stappen later bleek moest ik telkens alle lantaarns corrigeren. Niettegestaande de lantaarns met secondenlijm in elkaar waren gezet heb ik toch telkens de onderdelen terug uit elkaar kunnen halen om ze daarna juist te monteren. De lantaarns zijn nu op het minibaantje geplaatst. Ze moeten nog wel met de stelbalk van de wissels worden verbonden zodat de lantaarn ook draait wanneer de wissel wordt verzet.

De handleiding
Handleiding
De onderdelen
Onderdelen
De afgewerkte wisselomzetters, klaar om op de baan te plaatsen

De functionele rolpoorten zullen nog niet voor deze tentoonstelling zijn. Ik wil eerst een proefopstelling maken om er zeker van te zijn dat de oplossing die ik in gedachten heb ook effectief zal werken.

Daarnaast heb ik me ook geëngageerd om enkele zaken te maken voor de digitale clubbaan. Daar kruipt ook nog tijd in !

Het bestuur van de club had ook nog een aardigheidje: bij het opruimen van het lokaal hadden ze een voorraad aan houten schijfjes met een diameter van 10 cm ontdekt. De uitdaging voor ieder clublid: bouw tegen de tentoonstelling een micro-diorama op dat schijfje. Het mag in gelijk welke schaal worden gebouwd. Het onderwerp moet een spoors element bevatten. de beperking zit in de oppervlakte. Ook de hoogte is beperkt: die mag maximaal 30 cm bedragen.
Ik heb lang geen idee gehad wat ik op zo'n beperkte oppervlakt zou kunnen uitbeelden. Maar stilaan is er een idee gegroeid... de vraag is alleen of ik het op tijd klaar krijg.

Met andere woorden: aan de "grote" modelbaan heb ik niet verdergewerkt.

top

September

Deze maand hetzelfde scenario als in augustus: aan de grote modelbaan is niet gewerkt. Alle beschikbare tijd en energie gaat naar de voorbereidingen van de tentoonstelling van M.T.D. Bovendien is het seizoen van de opendeur dagen en modelbouwtentoonstellingen weer begonnen.

Het minibaantje "Das Depot" staat nog even ver als eind augustus. Met andere woorden: daar is ook niet aan verder gewerkt. Wat op het todo-lijstje van augustus stond blijft dus nog altijd "to do".

Voor de club heb ik wat materiaal afgegoten in resin. De afwerking van de digitale baan vordert, maar ook hier zal niet alles wat we gepland hadden klaar geraken. Het verschil t.o.v. de vorige tentoonstelling is echter wel enorm.

Voor de "fragment" wedstrijd die de club organiseert had ik me ingeschreven. Ondertussen ben ik begonnen met de bouw. Het zal iets eenvoudigs worden. Geen toeters of bellen... hopelijk zal het publiek het kunnen waarderen.

Deze maand organiseerde MSC Het Spoor te Sint-Niklaas open deur dagen in het nieuwe lokaal. Ik was benieuwd hoe deze club nu is gehuisvest en waar ze mee bezig zijn. Samen met 2 collega-clubleden hebben we een bezoekje gebracht. Op het lokaal kunnen we alleen maar jaloers zijn. Een mooie grote ruimte waar verschillende modelbanen in opbouw staan opgesteld. Een beetje verwonderlijk is dat de nieuwe banen niet modulair worden gebouwd. Je zou verwachten dat een club die ook al enkele keren heeft moet verhuizen er rekening mee zou houden dat bij een volgende keer verhuizen de banen opnieuw moeten worden afgebroken en zo goed als helemaal opnieuw moet worden begonnen.

Einde september had de 2 jaarlijkse tentoonstelling Euromodelbouw te Genk plaats. Je merkt dat het voor zo'n grote tentoonstelling steeds moeilijker wordt om altijd opnieuw nieuwe banen aan het publiek voor te stellen. Zeker de helft van de banen had ik reeds een keer op een andere tentoonstelling gezien. Wat ook verwonderlijk is dat er nog steeds banen worden gebouwd zonder achtergrond en/of fries met verlichting. Het valt op dat het vooral voorkomt bij Nederlandse en Duitse banen. Ik heb foto's genomen van de banen die ik nog niet eerder had gezien. Je kan deze foto's bekijken via deze link.

De verzameling rollend materiaal is niet verder aangegroeid. Maar daar komt binnenkort verandering in. Ik heb van mijn winkelier een berichtje gekregen dat het lokje reeks 91 van Van Biervliet is binnengekomen en eveneens van Van Biervliet werd aangekondigd dat de groene versie van de reeks 23 binnenkort beschikbaar is. Er staan ook nog enkele Duitse modellen op het verlanglijstje maar eerst gaan we ons budget nog eens narekenen.

top

Oktober

De grootste uitdaging van deze maand was het klaarkrijgen van het fragment-diorama. Ter gelegenheid van de tentoonstelling en het 40-jarig bestaan van de club had het bestuur een wedstrijd georganiseerd. Meer over de bouw van dit mini-diorama leest u hier.

Aan het minibaantje "Das depot" werd de muur aan de rechterzijde verder afgewerkt: een betere weathering van de muur en de poort en op de poort werd het bord Sh2 aangebracht. Niettegenstaande de erg mooie achtergrond die door een medeclublid was geschilderd wilde ik toch nog een stukje van het echte depot nabouwen: de grote werkplaats voor de onderhoud van de goederenwagons. Uit styreenplaten werd nog snel de grote vorm gemaakt. De afwerking zal nog volgen.

Op 10 en 11 oktober werd de expo "Ramma" in het Franse Sedan georganiseerd. Ik had deze tentoonstelling nog nooit bezocht. Dit jaar is dat dan wel gelukt en eerlijk gezegd: het is me zeker niet tegengevallen. De meeste banen die werden geexposeerd waren zeker de moeite waard. Ik heb foto's getrokken, die kan u bekijken op deze pagina.

De verzameling rollend materiaal is deze maand aangegroeid met het lokje van de reeks 91 van Van Biervliet. Een prachtig stukje modeltechniek. De bestelde HLE 2304 is ook uitgeleverd, een prachtig model. Ik heb met deze locomotieven een speciale band: mijn vader was treinbestuurder en reed met deze locs. En de Heljan Class 66 is terug van de fabriek in Denemarken. Hopelijk is de loc nu in orde en rijd hij zowel op de digitale en de analoge baan zonder problemen.

Nu de tentoonstelling van de club achter de rug is komt er terug tijd vrij om verder te werken aan de nieuwe modelbaan. De besturing van de wissels wil ik met een Arduino sturen. Ik heb er nu eentje besteld en wanneer die wordt geleverd kunnen we aan de slag met uitzoeken en proberen hoe we met een simpele druk op de knop een ganse wisselstraat kunnen schakelen.

top

November

De tentoonstelling van de modelbouwclub is voorbij. Foto's van dit evenement kan je bekijken op de website van de club. Nu kan alle aandacht terug naar de bouw van de grote modelbaan gaan.

De arduino die ik vorige maand had besteld is geleverd. Ik had al een programmaatje voor een verkeerslichtsturing klaar gemaakt om iets uit te kunnen testen. Op een breadboard werden snel wat LED's geplaatst, het programma opgeladen en joepi: het werkte. Ok, niet van de eerste keer maar de oorzaak waren een aantal syntax fouten in de code, die snel konden worden opgelost. Het programma laat toe een keuze te maken tussen het Belgische en Duitse systeem (daar brand een oranje licht samen met het rode alvorens over te schakelen naar groen) en de lichten kunnen worden overgeschakeld op oranje knipperlichten. De code is eenvoudig en kan je hier bekijken.

Het is de bedoeling om met de arduino de wisselstraten van mijn schaduwstation(s) aan te sturen. In eerste instantie wou ik dat doen met een klassieke diodenmatrix, maar gezien het grote aantal mogelijkheden zou dat veel te complex worden en bovendien te veel diodes bevatten waardoor er een probleem zou kunnen ontstaan met de stroomvoorziening.

De wisselstraat aan de westzijde (WS-West) heeft 12 wissels en er zijn 13 mogelijke wisselstraten die kunnen worden gelegd. Voor de langste wisselstraat moeten er 4 wissels tegelijk kunnen worden omgeschakeld.

De wisselstraat aan de oostzijde (WS-Oost) heeft 18 wissels en er zijn 21 mogelijke wisselstraten die kunnen worden gelegd. Voor de langste wisselstraat moeten er 7 wissels tegelijk kunnen worden omgeschakeld.

Het aantal in- en uitgangen op de arduino is beperkt. (Tenzij ik een Arduino Mega zou gebruiken, maar dan nog). Op het model dat ik heb : een Arduino Uno zijn er 6 analoge inputs en 14 digitale input/ouput aansluitingen mogelijk. Dat is veel te weinig voor wat ik nodig heb: WS-West heeft 13 ingangen en 24 uitgangen nodig, voor WS-Oost zijn dat 21 ingangen en 36 uitgangen. Voor mij een grote vraag hoe ik dat in godsnaam moest oplossen. Gelukkig zijn er in de club wel een aantal mensen die van Arduino's en electronische schakelingen meer vestand hebben dan ik en kon ik ook beroep doen op hun kennis en ervaring. De oplossing is simpel, maar je moet het weten. Door gebruik te maken van shift-registers kunnen het aantal in- en uitgangen worden beperkt. Voor elke wisselstraat heb ik slechts 3 uitgangen nodig en het aantal ingangen kan worden beperkt tot 8 voor WS-West en 10 voor WS-Oost.

Met een Arduino kunnen de wisselspoelen niet rechtstreeks worden aangestuurd. De spanning die de Arduino levert bedraagt slechts 5V, daar waar de wisselspoelen 12V nodig hebben, maar ook de maximale stroom is te gering voor het schakelen van een wissel. Dus moet het signaal van de Arduino worden versterkt. Voor de aansturing van de wissels op onze digitale clubbaan had een van de leden een schakeling ontworpen die ook voor mij perfect toepasbaar is.

Dus moet er een heleboel "hardware" worden gemaakt: het synoptisch bord waarop de drukschakelaars en de terugmelding van de wisselstanden komen en printjes met de nodige elektronica. Van het programma voor de sturing van de wisselstraten heb ik reeds een ruwe schets gemaakt.

Eindelijk is mijn Heljan Class 66 terug. Ik heb daar de ananoge versie van gekocht en zelf uitgerust met een decoder van ESU. Maar de loc reed voor geen meter. Op het forum van Modelspoormagazine was al melding gemaakt dat de stroomafname erg slecht was omwille van de gebruneerde wielen. Het vreemde was dat op mijn analoge baan de loc beter reed, echter : na enkele rondjes werd de decoder opgeblazen. 3 keer is dat gebeurd, telkens werd de decoder vervangen door mijn zeer behulpzame winkelier. Maar na de 3de decoder moest er een andere oplossing worden gezocht. Ik heb de loc teruggebracht naar de winkel, die hem bezorgde aan de invoerder. Na enkele maanden kwam de loc terug zonder dat er iets aan was gedaan, want direct na dat ik de loc op de baan zette blies de decoder opnieuw op. Uiteindelijk is de loc rechtstreeks naar de fabriek gestuurd. En weer na enkele maanden is de loc terug. Ondertussen heb ik ook een rollenbank gekocht om mijn modellen te kunnen testen en te laden inrijden. Ik heb de loc onmiddellijk op de rollenbank gezet en in het begin reed de loc een beetje haperend maar na verloop van tijd ging het beter en beter. Wanneer ik de loc dan na een tijd inrijden op de rollenbank op het minibaantje liet rijden ging het daar aanvankelijk ook een beetje met horten en stoten maar geleidelijk aan ging het beter en beter. Het rijgedrag op die korte afstand is nog niet optimaal. Maar nog enkele duursessies op de rollenbank zullen wel verbetering brengen.

Deze maand heb ik me ook geamuseerd met het sorteren van schroeven, spijkers, bouten, moeren en nog heel veel andere attributen die her en der in doosjes en potjes zaten. Vooral na de afbraak van mijn vorige baan had ik heel wat materiaal gerecupereerd maar alles in 1 doos gesmeten. Tijd om orde op zaken te stellen. Ik denk dat ik de eerste jaren geen schroef of spijker zal moeten kopen...

top

december

Een jaar is al weer voorbij. In 2015 heb ik de belangrijke beslissing genomen om mijn modelbaan af te breken en helemaal opnieuw te beginnen. De eerste maanden na die beslissing heb ik vlot doorgewerkt en is het laagste niveau bijna gerealiseerd. Maar vanaf de zomermaanden is het tempo beginnen slabakken en de laatste maanden is er weinig of niets meer aan de baan gebeurd.

Daar zijn enkele redenen voor: de jubileumtentoonstelling van de modelbouwclub, waar het bouwen van het diorama voor mijn deelname aan de fragmentwedstrijd ook de nodige tijd in beslag heeft genomen alsook het opfrissen van "Das Depot" en de "days after...": het opruimen van de hobbykamer na de tentoonstelling. Bovendien zit ik te wachten op onderdelen voor het besturen van het schaduwstation. Ik wil de wisselstraten aansturen met een Arduino. De Arduino heb ik al, maar omdat het aantal beschikbare in- en uitvoerpoorten onvoldoende is moet ik werken met shiftregisters. Die registers en de onderdelen voor het bouwen van de wisselsturingen en het bedieningspaneel zijn besteld maar nog steeds niet geleverd.

Van het jaarlijkse budget dat ik voor de hobby reserveer was er nog een beetje overschot. De verzameling is uitgebreid met enkele Duitse locs en Franse rijtuigen type UIC-Y die op het verlanglijstje stonden.

LILIPUT E144.5 ROCO E144
ROCO E110.3  

De website is dit jaar extreem druk bezocht. In augustus, september en oktober sneuvelde maand na maand het record van het hoogste aantal bezoekers met als hoogtepunt 9.258 bezoekers in oktober. Het doet me enorm veel plezier om vast te stellen dat deze website regelmatig door veel mensen wordt bezocht en spoort me aan om onder meer dit dagboek maandelijks on line te zetten met info over mijn modelbouwactiviteiten. De paginas over de bouw van de opeenvolgende modelbanen ga ik een beetje reorganiseren en aanvullen.

2016 zal een druk jaar te worden. Mijn nieuwe modelbaan moet dit jaar volledig rijklaar geraken. Met de modelbouwclub willen we de digitale baan klaar hebben voor de 2 jaarlijkse tentoonstelling van Modelspoormagazine in oktober dit jaar. Ik heb me geëngageerd voor enkele projectjes voor die baan die moeten afgeraken. Het todo lijstje is lang genoeg. De verzameling modellen zal in 2016 zeker aangroeien. Enkele merken hebben hun nieuwigheden van 2016 nu al bekendgemaakt. Hopelijk zullen ze in 2016 ook daadwerkelijk in de winkel liggen. Sommige merken zullen daar zeker in slagen maar er zijn er ook die kampioen zijn in het aankondigen van modellen die pas jaren later echt verkrijgbaar zijn.

top

Nieuwjaarswensen 2016

ga naar 2014  vervolg...

Wanneer U geen menu's ziet klik dan hier

Valid HTML 4.01 Transitional