Thuisbanen

Met modelbouw en modeltreinen ben ik reeds op zeer jonge leeftijd in aanraking gekomen. Thuis had mijn vader in de kelder een redelijk grote modelbaan gebouwd. Toen ik 6 jaar was kreeg ik mijn eerste locomotief (een Jouef model dat met de hand kon worden verder geduwd) zodat ik van de mooie modellen van mijn vader zou afblijven.

De modelbaan van vader was klassiek van opbouw. Het plan was overgenomen uit de planboeken van Fleischmann en minutieus nagebouwd. Het was wel een baan met redelijke afmetingen (ca. 4,00 x 2,50 m). Het railplan bestond uit een dubbelsporige baan waarbij de treinen in cirkels rond reden. Aan één zijde was een groot station, aan de andere kant een lus waarbij men van de buitenste omloop naar de binnenste kon rijden. Door de omvang van het station waren er toch wel wat rij- en rangeermogelijkheden. Schaduwstations en andere waren toen nog niet gebruikelijk en omwille van de goede bereikbaarheid van de sporen werden ook geen bergen en tunnels gebouwd. De hele baan kende slechts één niveau.

Fleischmann planboek (31K) Fleischmann plan small (65K)

De treintafel was gebouwd op een stevig frame van houten balken. Op dit frame waren triplexplaten bevestigd. Hoewel een open raambouwwijze mogelijk was werd dit niet toegepast. De aansluitdraden voor de stroomtoevoer, seinen en wissels werden wel door de houten plaat geleid naar het besturingspaneel. Dat was opgebouwd met de klassieke schakelkastjes van Fleischmann die nu nog altijd in de handel verkrijgbaar zijn.

In het midden van de tafel, ingesloten door het railovaal was een stadje gebouwd. De huisjes waren bouwdozen van Kibri, die zonder meer in elkaar waren gezet en op de baan geplaatst.

Het geheel werd levendiger gemaakt door in de straten voetgangers (Preiser-figuren) en autootjes (Wiking modellen) te plaatsen. De huisjes waren voorzien van verlichting en ook de straat- en perronverlichting was functioneel uitgevoerd.

Nog voor ik het ouderlijk huis verliet werd de eerste baan van mijn vader afgebroken. Hij was daar niet bepaald gelukkig mee, maar liet me toch maar betijen. Ik beloofde een nieuwe baan, met meer mogelijkheden. Na enkele maanden bouwplezier strandde het project... reden: ik had onvoldoende nagedacht over het railplan en was aan het bouwen gegaan voor dat het volledige traject op papier stond. Op een zeker ogenblik bleef ik met een aftakking van de dubbelsporige hoofdlijn zitten, ik had nergens een aansluiting voorzien. Ik leerde mijn eerste belangrijke les: plannen afwerken voor dat aan de realisatie wordt begonnen.

Een vriend van mij snelde mij ter hulp en ontwierp een zeer ingenieus sporenplan. Vol enthousiasme werd opnieuw begonnen, en jawel... deze maal lukte het ons om de baan volledig af te werken. Af te werken... dat wil zeggen: het sporenplan werd gerealiseerd. Maar van enige scenery was geen sprake.

Sporenplan thuis (84K)
(klik op plan voor meer info en foto's)

Mijn vader die, toch gecharmeerd door het sporenplan, opnieuw belangstelling had teruggevonden in 'zijn' treintafel, vreesde dat hij het treinenverloop niet meer zou kunnen controleren en beheersen wanneer de treinen in tunnels en schaduwstations niet meer zichtbaar zouden zijn. Nu was er ook geen enkele vorm van automatisering en beveiliging aanwezig. Alles werd bediend vanuit één centraal bedieningspaneel en er werd gereden 'op zicht'.

Ten aanzien van de eerste baan waren er wel een aantal dingen ingrijpend gewijzigd. Ten eerste was de onderbouw nu gemaakt van metalen profielen die met bouten aan elkaar waren geschroefd. Niettegenstaande het L-profiel en de profielgrootte van 30 mm was dit niet stabiel wanneer overspanningen van meer dan één meter werden gemaakt. Hier moesten verstevigingen in de vorm van houten latten die aan de metalen profielen werden bevestigd worden aangebracht (les 2: een stabiele en stevige onderbouw is een absolute must!). Op het metalen/houten onderstel werd dan met hout het gehele railplan gebouwd. De sporen kwamen te liggen op terrassen van spaanderplaat met een dikte van 12 mm.

De sporen werden gelegd op een bedding van kurkkorrels. Tussen de bielsen werd geen materiaal aangebracht. Het railmateriaal was van Fleischmann. Toen had je de keuze tussen messing rails en nieuwzilver rails. We opteerden voor messing, niettegenstaande het gevaar voor corrosie. Het railplan werd gescheiden in 2 "circuits" die elk met een rijregelaar werden uitgerust. Elk circuit werd onderverdeeld in een aantal secties en elke sectie werd beveiligd door een sein. Maar zoals reeds eerder gezegd... er was geen sprake van een blokbeveiliging of welke andere vorm van beveiliging of automatisering.

Ga verder met Haschenbach v 1.0
Wanneer U geen menu's ziet klik dan hier

Valid HTML 4.01 Transitional