Modelbanen

Ik loop het risico de zoveelste te zijn die vertelt hoe een modelbaan kan worden gemaakt. Er is reeds veel gezegd en schreven over dit onderwerp, maar toch denk ik dat elke ervaring een stukje kan bijdragen tot de planning en de realisatie van de modelbaan die U wenst. De ervaringen die ik heb opgedaan bij het maken bij mijn modelbanen wil ik graag met U delen.

In thuisbanen kan U lezen hoe ik al van zeer jonge leeftijd in aanraking ben gekomen met de modelspoorhobby.

Op 16 jarige leeftijd werd ik lid van de M.T.D. , een modelbouwclub gevestigd te Deurne. Deze club verenigde modelbouwers die zich bezig hielden met spoorwegen en military (tanks en vliegtuigen), er waren ook leden die radiografisch bestuurde modellen maakten. We vergaderden in een ruimte boven een café. Er was geen gelegenheid tot het bouwen van een eigen baan. Elke vergadering bracht iemand een werkstuk of een model mee (wat voor de plasticbouwers niet zo moeilijk was). Verder werd er veel informatie uitgewisseld en werden plannen en realisaties toegelicht. Af en toe werd in clubverband een uitstap gemaakt naar tentoonstellingen of gingen we op bezoek bij een andere club.

Om de twee jaar werd een tentoonstelling gehouden. Hier werd uitsluitend materiaal getoond dat het werk was van de clubleden. Omdat we ook eens iets wilden tonen dat als clubproject was gerealiseerd werd voor één van de tentoonstellingen een modulebaan gemaakt in schaal N. Het begrip 'module' was toen nog niet echt gekend. Normen waren er zeker nog niet, dus maakten we iets waarvan we zelf vonden dat het goed was. Na de tentoonstelling werd de 'clubbaan' afgebroken. Aan de bouw ervan hebben we veel plezier gehad en toch ook enkele dingen geleerd.

MTD Modulebaan 1983(1) (26K) MTD Modulebaan 1983(2) (22K) MTD Modulebaan 1983(3) (23K) MTD Modulebaan 1983(4) (25K)
MTD Modulebaan 1983(5) (25K) MTD Modulebaan 1983(6) (26K) MTD Modulebaan 1983(7) (24K) MTD Modulebaan 1983(8) (22K)

Ikzelf wilde een persoonlijke bijdrage leveren voor een tentoonstelling en besloot een spoorwegdiorama te bouwen. Geen rekening houdend met transportproblemen en diens meer werden ijverig plannen getekend en werd met de bouw aangevangen. Dit diorama, ofwel een zeer uit de kluiten gewassen module (afm. 2.00 x 1.05 m) vormde de eerste bouwsteen van een later gebouwde modelbaan. Het stelde een stationnetje voor gelegen langs een enkelsporige lijn. Aan het station was een bescheiden lokdepot gevestigd. De module kreeg de naam Haschenbach.

Haschenbach sporenplan (72K)

Na mijn huwelijk woonden wij op een appartement met 2 slaapkamers. Eén van deze kamers werd als hobbyruimte gebruikt. Hier kwam dan ook de module 'Haschenbach' te staan. Er was echter geen ruimte over om deze module uit te breiden naar een functionerende modelbaan. Afbreken was voor mij geen optie.

Na drie jaar op het appartement te hebben gewoond hebben we een woning gekocht. De keuze van de woning werd mede bepaald door het al dan niet aanwezig zijn van een geschikte hobbyruimte. Uiteindelijk hebben we een woning gevonden met een zolder die ik helemaal mocht reserveren voor de hobby. Er zaten wel een paar kleine nadelen aan. De zolder was enkel te bereiken via een uitschuifbare trap die bijna in het midden van de zolder uitkwam en de installatie van de centrale verwarming stond ook op de zolder. Bij het ontwerpen van een baan zou ik daar terdege rekening mee moeten houden. Voor het overige had ik de beschikking over een grondoppervlakte van 63 vierkante meter. Aangezien het dak 3 schuine kanten heeft die tot aan de vloer reiken moest ik er rekening mee houden dat de nuttige oppervlakte een pak kleiner zou zijn, maar niettemin zou er toch nog een goeie 40 vierkante meter van benut kunnen worden. Meer over deze modelbaan kan U lezen in Haschenbach 1

Het ontwerpen van de modelbaan, laat staan het bouwen ervan geraakte moeilijk op gang. Ten eerste moest de zolderruimte geschikt worden gemaakt om er een treintafel te zetten. Er lag geen fatsoenlijke vloer en het dak was niet geïsoleerd en afgewerkt. In afwachting dat ik met die werkzaamheden zou beginnen blijft de hobbymicrobe natuurlijk niet stil zitten. Zo ben ik beginnen bouwen aan een modulebaan. Deze baan is getoond op een tentoonstelling van de modelbouwclub waar ik toen nog altijd lid van was.

Ondertussen behoort de spoorbaan op zolder tot het verleden. De groter wordende kinderen wilden elk hun eigen kamer. Dat kon slechts worden gerealiseerd door de zolder om te bouwen en in te richten met kamers. Op een onbewaakt moment heb ik daaraan toegegeven en heb ik mijn modelbaan, die nog niet voor de helft was gerealiseerd, afgebroken. Uiteraard betekende dat niet het einde van de hobby. Een van de kamers die tot dan door de kinderen in gebruik was werd als hobbykamer ingericht. Er werd een nieuwe modelbaan ontworpen : Haschenbach 2

Na het overlijden van mijn ouders zat ik plots met een gigantisch probleem. Mijn vader had naast een modelbaan een heel uitgebreide verzameling locs en wagons. Na veel wikken en wegen heb ik besloten om deze verzameling grotendeels te behouden. Alleen modellen die ik dubbel heb of die helemaal niet in de verzameling passen zullen worden verkocht, maar dan blijft er nog gigantisch veel over. Een modelbouwer wil zijn modellen kunnen bewonderen. Liefst door ze in te zetten op de modelbaan of door ze in vitrinekasten ten toon te stellen. De modellen opbergen in dozen en kasten is niet iets dat een modelbouwer wil. Mijn modelbaan is sowieso te klein om alle modellen in te kunnen zetten, dus zouden er vitrinekasten moeten komen, maar daarvoor was geen plaats.

Eerst had ik het idee om achteraan in de tuin een werkplaats te bouwen. Dat zou een oppervlakte tot 42 m2 kunnen opleveren, maar zou ten koste gaan van een mooi stukje tuin. Plots kwam mijn echtgenote met het idee om te verbouwen. Mijn hobbykamer ligt aan de achterzijde van de woning. Nu staat achter de woning een veranda. Omdat de veranda net iets te klein is wordt die meer gebruikt als bergruimte dan als veranda. En ook de keuken zou iets ruimer mogen. Samen met een architect zijn de plannen getekend. In 2009 zullen de verbouwingen starten en zal mijn hobbyruimte met 28 m2 vergroten (bestaand gedeelte = bruin, nieuw gedeelte = groen).In de nieuwe ruimte is voldoende plaats voorzien voor vitrinekasten en kan de modelbaan naar deze plaats worden uitgebreid: Haschenbach 2b

Verbouwing_zijaanzicht (50K) Verbouwing_plan (28K)

Deze uitbreiding noodzaakt een wijziging van de plannen van de treintafel. Het concept van een dubbeldekker is wel een mooie oplossing om de beschikbare oppervlakte maximaal te benutten, maar er ztten ook nadelen aan. Omdat het laagste niveau op kasten is gebouwd die zelf reeds 80 cm hoog zijn kwam de totale bouwhoogte tot 115 cm. Dat is een ideale hoogte voor een modelbaan, maar wanneer daar nog een niveau boven moet worden geplaatst komt dat te hoog en kan dat niveau alleen maar worden bekeken wanneer de toeschouwer op een trapje staat. Niet erg praktisch dus.

Een acceptabel plan voor de uitbreiding van de modelbaan heb ik nooit gevonden. En naarmate ik verder bouwde aan het bestaande gedeelte begonnen een aantal pijnpunten sterker naar boven te komen. Heel veel plaatsen waar sporen lagen waren amper of helemaal niet te bereiken. Ik probeerde dat dan op te lossen door in het landschap uitneembare stukken te voorzien, maar hoe dan ook: het was en bleef behelpen. Omdat het oorspronkelijk plan ook was getekend om de beschikbare oppervlakte maximaal te benutten waren de doorgangen ook heel smal. En dat had ook zijn nadelen. Na 11 jaar bouwtijd heb ik dan de beslissing genomen om de baan af te breken en helemaal opnieuw te beginnen. En zo zijn we aanbeland bij Haschenbach 3

Nog altijd lid van de modelbouwclub zijnde werd ik aangespoord om nogmaals iets te maken dat op een tentoonstelling kon gepresenteerd worden. Ik besloot om aansluitend op de stationsmodule en diorama te bouwen dat een metaalfabriek zou voorstellen. Ditmaal hield ik de afmetingen binnen aanvaardbare maten zodat het diorama beter transportabel zou zijn. De lengtemaat kwam overeen met de korte zijde van de stationsmodule.

Uit voorgaande ervaringen heb ik geleerd dat een volledig uitgewerkt plan van fundamenteel belang is voor de realisatie van de modelbaan. Maar als je een plan wil tekenen moet je toch een idee hebben van wat je als modelbouwer wil realiseren. M.a.w. een plan is niet alleen een sporenplan maar een volledig concept van wat de modelbaan moet worden.

Gezien het rollend materiaal dat ik in de loop der tijden heb verzameld moet mijn modelbaan zich situeren in Duitsland. Mijn voorliefde gaat uit naar stoomlocomotieven. Maar ook diesellocs en elektrische locomotieven zijn ruim vertegenwoordigd in mijn verzameling. Een duidelijke afbakening van een tijdperk is er niet. Het meeste van het rollend materiaal situeert zich in de tijdperken 3 en 4. Het scenery materiaal daarentegen (en dan vooral de modelauto's en vrachtwagens) situeren zich duidelijker in tijdperk 4.

De plaats in Duitsland is ook niet onmiddellijk te bepalen. Ik wil liefst géén typische kenmerken benadrukken. De bouwstijl van de huizen in Noord Duitsland is duidelijk verschillend van de bouwstijlen in Beieren of het Zwarte Woud. Bovendien houd ik nogal van industrie. De omgeving van het Ruhrgebied lijkt me dan ook meer voor de hand liggend.

Wanneer we in 2010 met het ganse gezin op vakantie gaan naar het Duitse Eifelgebied wordt ik plots geconfronteerd met een omgeving die ik altijd al voor ogen heb gehad om als voorbeeld te dienen voor de aankleding van mijn modelbaan. Licht heuvelachtig, bossen afgewisseld met open ruimte en velden en kleine steden waarin je een mix van bouwstijlen aantreft. Industrie is in dit gebied minder nadrukkelijk aanwezig, maar toch zijn er aan de rand van dorpen en steden voldoende vormen van industrieën aanwezig die ook op een modelbaan kunnen worden nagebootst.

[selectie van foto's van de omgeving]

Het Eifelgebied is niet direct een knooppunt van spoorlijnen in vergelijking met het Ruhrgebied. Zeker in het tijdperk dat ik wil uitbeelden (einde 3, begin 4) waren er overal in Duitsland (en dus ook in het Eifelgebied), talloze spoorverbindingen. De meeste zijn vandaag volledig verdwenen. Soms zijn er nog overblijfselen te vinden, zowel van de sporen als van de gebouwen. In een aantal gevallen is de exploitatie in handen gekomen van verenigingen.

Op mijn modelbaan zullen treinsamenstellingen rijden die in werkelijkheid nooit in het Eifelgebied hebben verkeerd. Dat geld zeker voor (Internationale) reigerstreinen, in veel mindere mate voor goederentreinen. Ook de inzet van locomotieven was dikwijls streekgebonden. Sommige reeksen stoomlocomotieven werden slechts in bepaalde delen van Duitsland ingezet, dat geldt ook voor diesellocs, elektrische locs en treinstellen.

Wanneer ik van bij het begin voor een strikt afgelijnd concept zou hebben gekozen dan had ik daar ook bij de aankoop van het rollend materiaal rekening mee moeten houden. Maar meestal gaat het omgekeerd. Het begint bij de aankoop van locs en ander rollend materieel wat je mooi vind. Pas later begin je meer en meer zaken af te lijnen, maar dan is het meestal al te laat. Je kan dan natuurlijk beslissen om het niet passende materiaal te verkopen. Zover ga ik niet. Net omdat Ik locs en wagons heb gekocht omdat ik ze mooi vond doe je die niet zo maar weg. Vandaag let ik iets beter op wat ik koop, maar een definitieve keuze tussen tijdperk 3 en 4 heb ik, voor wat het Duitse materiaal betreft, nog altijd niet gemaakt.

Het tekenen van sporenplannen verloopt in verschillende fases. Eerst probeer je zoveel mogelijk documentatie te verzamelen. Ik haalde die voornamelijk uit de tijdschriften waarop ik geabonneerd ben. Daarna ben ik aan de slag gegaan met potlood, gom en papier en worden de eerste schetsen getekend. Langzaam wordt het sporenplan gevormd dat in overeenstemming is met het vooraf bepaalde concept.

Uiteindelijk heb ik het met de hand getekende sporenplan verwerkt met een computerprogramma (Winrail) om de juiste verhoudingen te bekomen. Met de hand durf je al eens bochten en vooral wisselstraten iets gunstiger tekenen t.o.v. de beschikbare ruimte.

In de periode die verlopen is tussen de start van deze website en vandaag (september 2010) is er al heel wat veranderd.

De oorspronkelijke plannen zijn getekend voor een baan op zolder waar ik over een behoorlijke ruimte beschikte. Dat railplan situeerde zich rond een middelgroot station met 5 perronsporen langs een hoofdlijn. Aan het station sluit een locomotiefdepot aan. Aan de ene kant verdwijnen de sporen in een schaduwstation dat via een spiraal wordt bereikt. Het station ligt op het hoogste niveau, het schaduwstation op het laagste niveau. Dat is niet erg, want op deze manier wordt heel wat rijlengte en rijtijd gecreëerd. Het schaduwstation telt 8 opstelsporen en vormt een lus. De treinen die het hoofdstation verlaten, komen dus aan dezelfde kant weer terug in het station aan.

Aan de andere kant is het spoor veel meer zichtbaar en zijn een aantal 'paradetrajecten' voorzien. Van de geëlektrificeerde hoofdlijn splitst een 2de lijn af. Deze lijn is bedoeld voor te worden bereden met stoom en diesellocs. De beide lijnen monden uit een schaduwstation. Voor de geëlektrificeerde lijn bestaat het schaduwstation uit 5 opstelsporen. De lijn die niet van bovenleiding wordt voorzien heeft een schaduwstation bestaande uit 2x 3 sporen (3 in elke rijrichting). Beide schaduwstations vormen een lus. Bij de niet-geëlektrificeerde lijn is de lus gedeeltelijk zichtbaar uitgevoerd en bevat de stationsmodule 'Haschenbach' (zie ook "de start"). Omdat het station niet steeds in dezelfde richting zou worden doorreden kunnen de treinen in het schaduwstation kruisen. Vanuit het station Haschenbach takt ook een enkelsporige zijlijn af. Deze vormt een verkorte verbinding met het hoofdstation en is eveneens niet geëlektrificeerd.

Veel verder dan een plan is deze modelbaan niet geraakt. Alleen het station "Haschenbach", het bijhorende locdepot en een kleine woonwijk werden gebouwd. De schaduwstations die de uiteindenden van de hoofdlijnen vormden lagen ook op hun plaats.

Omdat ik geen geschikte oplossing vond om de doorgang aan de trap te overbruggen bleef de bouw aan de baan steken.

Zoals het plan van de modelbaan was getekend liep die voor de trap naar de zolder. Om de toegang te vrijwaren moest dat stuk van de baan uitneembaar of beweegbaar zijn. Op die plaats passeren de beide dubbelsporige hoofdlijnen op een verschillend niveau en de enkelsporige zijlijn De sporen verlopen op die plaats in een bocht wat voor een bijkomende moeilijkheid zorgde. Na veel schetsen en tekenen en het afwegen van voor- en nadelen heb ik besloten op een wegklapbaar gedeelte te maken.

[tekening]

Omdat een beweegbaar gedeelte heel wat steviger moet zijn dan het 'statische' gedeelte van de modelbaan werden hier andere materialen gebruikt. De 'bak' bestaat uit triplex van 18 mm dik.Te versteviging van het geheel werd aan de onderzijde een 'vloer' aangebracht eveneens gemaakt van 18 mm dik triplex. De verbindingen werden gemaakt uit latten van 44 x 22 mm.

Het klapstuk - de aansluiting (43K) Het klapstuk - Overzicht (51K)
Het klapstuk - Volledig beeld (56K)  

In gesloten toestand wordt de bak door middel van 2 bouten vastgemaakt aan het vaste gedeelte van de baan. Deze bouten passen juist in de gaten zodat de positionering van de bak altijd perfect is. Om een perfecte aansluiting tussen de verschillende sporen te krijgen zijn deze gelegd als de bak aan het vaste gedeelte van de baan was bevestigd. Op het uiteinde van de baan, en van de bak-einden zijn de kunststof bielsen verwijderd. Op deze plaats zijn stukjes Pertinax aangebracht die dezelfde dikte hebben als de bielsen. De pertinax plaatjes zijn met vijzen aan de onderbouw van de modelbaan bevestigd. De uiteinden van de rails zijn gesoldeerd aan de Pertinax plaatjes. Pas daarna worden de rails doorgezaagd.

Om te vermijden dat treinen in een afgrond zouden storten wanneer het klapstuk open staat zijn alle sporen op de vaste gedeelten van de baan onderbroken (stopsectie van minstens 60 cm.). Deze stopsectie is bij een gesloten situatie overbrugd zodat de treinen de stopsectie voorbijrijden. Door middel van een diode kan de trein wel achteruit wegrijden.

De rijspanning wordt door middel van een stekker gebruikt bij de parallelle verbinding tussen computers en printers doorgeschakeld.

[schema]

Tot zover de theorie. In werkelijkheid is de bak nooit volledig afgeraakt en is zelfs de volledige modelbaan afgebroken. De reden waarom kan u lezen op de volgende pagina.

Ondertussen behoort de spoorbaan op zolder tot het verleden. De groter wordende kinderen wilden elk hun eigen kamer. Dat kon slechts worden gerealiseerd door de zolder om te bouwen en in te richten met kamers. Op een onbewaakt moment heb ik daaraan toegegeven en heb ik mijn modelbaan, die nog niet voor de helft was gerealiseerd, afgebroken. Uiteraard betekende dat niet het einde van de hobby. Een van de kamers die tot dan door de kinderen in gebruik was werd als hobbykamer ingericht.

Ik moet me wel tevreden stellen met een kamer met veel bescheidener afmetingen ca. 4 x 4 m, waarvan de nuttige oppervlakte (rekening houdend met de plaats van ramen en deuren ca. 3,5 x 3,5 m zal zijn (= 12,25 vierkante meter). Maar creatief als we zijn... wanneer ik een modelbaan in meerdere etages maak zou ik die oppervlakte kunnen verdubbelen (24,50 vierkante meter).

Opnieuw moest er een volledig ontwerp gemaakt worden. Het thema en tijdperk blijven, omwille van het rollend materiaal dat ik bezit. Om nu een realistisch lijkende modelbaan te bouwen op zo'n beperkte oppervlakte is een uitdaging. Ik stel dan ook enkele normen voorop : in de zichtbare gedeelten is de minimale straal van de bochten 60 cm. In de niet-zichtbare gedeelten mag de straal worden beperkt tot 45 cm.

Er werden heel wat schetsen gemaakt met pen en papier. Maar een tekening op schaal is meer dan nodig om na te gaan of het ontwerp wel past in de beperkte ruimte. Een van de grootste problemen bleek de carrousel te vormen die het onderste met het bovenste niveau moet verbinden. Gezien de hoogte die moet worden overwonnen (ca. 1 meter) mag de helling niet te stijl zijn. 2% lijkt me het maximum. Maar als je dan uitrekent welke straal je minstens moet aanhouden... . Bovendien moet het carrousel dubbelsporig worden uitgevoerd. Daarin ligt wel een deel van de oplossing: het buitenste spoor heeft een kleinere helling dan het binnenste spoor. Wanneer het stijgende spoor aan de buitenzijde wordt gehouden, en het dalende spoor aan de binnenzijde mag de helling hier groter zijn.

Het plan werd getekend met behulp van het programma Winrail 5.0. Dit programma is redelijk eenvoudig en biedt heel wat mogelijkheden. Je kan met het programma modelbanen ontwerpen met een oppervlakte van 30 x 30 m. En je kan werken met verschillende niveau's.

Na het overlijden van mijn ouders zat ik plots met een gigantisch probleem. Mijn vader had naast een modelbaan een heel uitgebreide verzameling locs en wagons. Na veel wikken en wegen heb ik besloten om deze verzameling grotendeels te behouden. Alleen modellen die ik dubbel heb of die helemaal niet in de verzameling passen zullen worden verkocht, maar dan blijft er nog gigantisch veel over. Een modelbouwer wil zijn modellen kunnen bewonderen. Liefst door ze in te zetten op de modelbaan of door ze in vitrinekasten ten toon te stellen. De modellen opbergen in dozen en kasten is niet iets dat een modelbouwer wil. Mijn modelbaan is sowieso te klein om alle modellen in te kunnen zetten, dus moeten er vitrinekasten komen, maar daarvoor is geen plaats.

Eerst had ik het idee om achteraan in de tuin een werkplaats te bouwen. Dat zou een oppervlakte tot 42 m2 kunnen opleveren, maar zou ten koste gaan van een mooi stukje tuin. Plots kwam mijn echtgenote met het idee om te verbouwen. Mijn hobbykamer ligt aan de achterzijde van de woning. Nu staat achter de woning een veranda. Omdat de veranda net iets te klein is wordt die meer gebruikt als bergruimte dan als veranda. En ook de keuken zou iets ruimer mogen. Samen met een architect zijn de plannen getekend. In 2009 zullen de verbouwingen starten en zal mijn hobbyruimte met 28 m2 vergroten (bestaand gedeelte = bruin, nieuw gedeelte = groen).In de nieuwe ruimte is voldoende plaats voorzien voor vitrinekasten en kan de modelbaan naar deze plaats worden uitgebreid.

Verbouwing_zijaanzicht (50K) Verbouwing_plan (28K)

Deze uitbreiding noodzaakt een wijziging van de plannen van de treintafel. Het concept van een dubbeldekker is wel een mooie oplossing om de beschikbare oppervlakte maximaal te benutten, maar er ztten ook nadelen aan. Omdat het laagste niveau op kasten is gebouwd die zelf reeds 80 cm hoog zijn kwam de totale bouwhoogte tot 115 cm. Dat is een ideale hoogte voor een modelbaan, maar wanneer daar nog een niveau boven moet worden geplaatst komt dat te hoog en kan dat niveau alleen maar worden bekeken wanneer de toeschouwer op een trapje staat. Niet erg praktisch dus.

Aan het concept van de modelbaan wordt weinig gewijzigd. Zelfs het plan wordt grotendeels behouden. Het 2de niveau van de dubbeldekker wordt in de uitbreiding van de hobbykamer geplaatst. De carrousel die de verbinding zou vormen tussen de 2 niveaus van de dubbeldekker verdwijnt. In de plaats daarvan loopt het spoor terug langs de wand en maakt de verbinding met de bijgekomen ruimte. Dat spoor zal grotendeels aan het zicht worden ontrokken. De wijze waarop moet ik nog uitwerken.

Tekening herwerkt sporenplan niveau 1 - terugloopspoor
Treintafel_niv1_definitief (79K)

Een kanttekening moet toch worden gemaakt: het verbindingsspoor kan, omwille van de beschikbare plaats op sommige stukken van de reeds gebouwde modelbaan slechts enkelsporig worden uitgevoerd. Dat zal een bijkomende uitdaging zijn om dat stukje te beveiligen zodat er zich geen frontale botsingen kunnen gebeuren, maar zal anderzijds het spelelement bij het rijden met de treinen aanzienlijk verhogen.

Wanneer U geen menu's ziet klik dan hier

Valid HTML 4.01 Transitional